zaterdag 26 september 2009
Muziek, Liefde en Cannabis
Ik schommel met mijn gedachten regelmatig over wat er nou echt belangrijk is in het leven. Ongetwijfeld is de graad van belangrijkheid voor iedereen weer anders en daarom kan ik het louter hebben over dingen die voor mijzelf heel belangrijk zijn. Tijdens mijn huwelijk was de muziek volledig verdwenen uit mijn leven, zowel letterlijk als figuurlijk. Het is inmiddels acht maanden na de beƫindiging van het huwelijk en de muziek is weer helemaal terug. Het voelt vertrouwd en aan de andere kant voelt het alsof ik heel veel heb gemist, ik ben in ieder geval intens gelukkig dat de muziek weer terug is. Liefde is het andere waar ik niet zonder kan. Ik ben puur voor mijzelf aan het uitzoeken wat daaraan nou echt zo belangrijk is voor mij. Praten is daar een aspect van, ik praat veel en graag, gevoelens delen over van alles wat los en vast zit, discussiƫren tot ver na middernacht over de dingen die spelen in je hoofd of die je boeien, slap ouwehoeren en daarna met pijn in de buik van al het schuddebuiken naar bed gaan. Ondanks het feit dat ik al tijden als een monnik leef is het toch ook het lichamelijke aspect dat voor mij erg belangrijk is. De arm over je schouder, knus tegen elkaar aan zitten op de bank. Ik heb het niet eens over het woord seks, de belangrijkheid daarvan wordt vaak overdreven want seks hoort er gewoon bij, net als eten en drinken. Muziek, liefde en mijn rokende medicijn, meer is er niet nodig. Uiteraard met iets van een dak boven mijn hoofd en verder een jungle van planten. Het walhalla op aarde, staat zoiets toevallig deze week in de woningkrant?
woensdag 23 september 2009
Terugkeer van de Woondoos
Ik verliet het ouderlijk huis op mijn 21ste. Ik zat midden in mijn studententijd en omdat er in Amsterdam, waar ik studeerde, geen woonruimte voorradig was, betrok ik een etage aan het Spaarne in Haarlem. Apetrots was ik op mijn eerste woonruimte, het was weliswaar op drie hoog, water, de keuken, de wc en de douche waren op 1 hoog, maar ik vond het een heerlijke woning. Ik kon er samen met mijn toenmalige katten voetballen want ik had een voor- en achterkamer, en als je de deuren openzette, kon je over de hele etage voetballen. Na mijn eerste woning heb ik er nog velen gehad. Ik heb ook nog twee keer een huis gekocht, maar meestal huurde ik wat. Toen ik in januari de gezinswoning verliet, kwam ik noodgedwongen op een kamer. Ik moest snel vertrekken in verband met mijn echtscheiding en op internet vond ik een kamer in de buurt. Ideaal, want de kinderen en hun school zaten vlakbij. Vijf kratjes had ik nodig om mijn inboedel te verhuizen, cd’s, Dvd’s, boeken en stereoapparatuur. De kamer was al gemeubileerd, dus ik kon er zo in. Twee weken later kreeg ik er nog een bewoner bij, ze moest naar het asiel of ik kon haar meenemen. De keuze was snel gemaakt, Britta is een hele lieve hond, ze doet alleen bromvliegen kwaad omdat die zo'n irritant geluid maken. Kort na haar komst heeft ze mijn tv stoel ingepikt. Ze beschouwt de stoel als haar mand en ik mag er hooguit met permissie nog eventjes zitten. Ik heb een kamer waar alles inzit, een keukenblok, een stoel, een bed, de tv, en een bureau. De keuken, de douche en de wc zitten op loopafstand, verdop in de gang. Het is inmiddels 23 september, de kleine irritaties zijn begonnen. Ze hebben niets met de kamer te maken, want die is ok. Als ik iets kwijt ben dan heb ik het tegenwoordig weer snel gevonden, geen kritiek op mijn poppenhuisje met geschutskoepel! Toch zijn er die kleine irritaties. Dat ik over de hond moet klimmen om in bed te komen bijvoorbeeld of vanwege de weinige zuurstof omdat ik maar een openslaand raam heb. De enige echte irritatie is toch wel dat je het een vent van 49 jaar niet kunt aandoen om ruim 8 maanden op een kleine ruimte te wonen zonder enig uitzicht op een wat grotere woning. Veel heb ik niet nodig, dat heb ik inmiddels wel bewezen, maar stel dan in ieder geval in het vooruitzicht dat er medio sint-juttemis een woondoos vrijkomt in het zo door woningnood geplaagde Haarlem!
maandag 21 september 2009
Beste Meneer Roos,
Mijn vader sprak zijn collega’s voornamelijk aan met hun achternaam. Aan de eettafel kreeg je daardoor gespreksonderwerpen als Peeters stonk vandaag heel erg naar ui, of O.A. Jansen was weer eens te laat. O.A. Jansen overigens niet te verwarren met Jansen want dat was de baas, maar dat terzijde. Tegenwoordig heb je dat niet meer, dat veelvuldig gebruik van de achternaam. Het komt wat vriendelijker over als je met de voornaam wordt aangesproken, want het heeft wel iets stijfs, dat alsmaar gebruiken van de achternaam. Soms gaat het gebruikmaken van je voornaam wel erg ver, personen of instanties die je totaal niet kent, spreken je dagelijks aan in hun mailtjes om je lid te maken of gebruiker te worden van de services van het desbetreffende bedrijf. Het kamerverhuurbedrijf dat mij dagelijks Beste Bart noemt in haar mailtjes ken ik niet, en heb ik dus ook nooit benaderd. Deze manier van vriendelijkheid aan mijn adres is stuitend. In het vervolg laat ik mij door dat soort personen of instanties aanspreken met meneer Roos, dan weten ze gelijk weer wat hun plaats is.
Abonneren op:
Posts (Atom)