zaterdag 10 oktober 2009
And God Created Bartie Slob
We hadden gedineerd bij John en Rosie, spaghetti bolognese. We besloten het weg te spoelen in de Haverstock Arms, John Hall ging mee met zijn verloofde, Darrel Bath, even stoned als altijd, en net terug van een tour met The Vibrators, John, Rosie en ik. We moesten beneden op Rosie wachten, toen ze na lang wachten beneden kwam in trainingspak, zei John tegen haar: You look like a Slob! Mooie naam voor een band, zei ik, en een naam was geboren, voor mij een artiestennaam en onder de naam The Slobs hebben we onze eerste opnames gemaakt. Met Vom op drums en Mary, zijn vrouw op bas, de Bunker Sessions. Er waren net opnames geweest in de Abbey Road studio’s om de hoek. Onder de naam Dirty Loundry was er een cd opgenomen met Ian Hunter en Glen Matlock van de Sex Pistols op bas Het werd een gedenkwaardige avond, een avond waar allemaal toekomstplannen werden gemaakt, de meeste plannen zijn zelfs uitgekomen, na de Bunker Sessions verscheen de cd Whats in the Pub in 1996, met mijn nummer Billie. De opnames waren zo goed bevallen dat we het jaar dat volgde grotendeels in de studio zaten om Daily Misery op te nemen Dat deden we onder eigennaam, de Crybabys. Ik heb de Haverstock later nog diverse keren gebruikt voor mijn entrance-act met cabbies, totdat ik bevriend werd met taxichauffeurs, want ik ben een jongen van het volk, en ze ging betalen voor hun diensten. De Crybabys bestaan nog steeds, volgend voorjaar starten in Annecy in Frankrijk opnames voor een nieuw album. Vom is inmiddels een rijke muzikant. Hij is bij Die Toten Hosen opgeklommen van drumtech tot vaste drummer. In Duitsland is die band wereldberoemd, stadionconcerten en grote muziekhallen, veel tv werk en een eigen platenmaatschappij. Voor de opnames plannen we het zo in dat iedereen tijd heeft, de een wat meer dan de ander. Als een drumpartij is opgenomen is de drummer klaar, kan hij naar huis. Voor een zanger is het verhaal anders, tot de laatste opnamedag wordt er geschaafd aan het eindresultaat. En John Hall? Die is nog steeds John Hall, geknipt en gekleed alsof hij rechtstreeks uit de Carnaby Street van de sixties is komen lopen. Een echte mod, met mooie pakken, zijn verloofdes haalt hij waarschijnlijk bij het modellenbureau, maar toch is hij best aardig!
Eric, Mijn Engeltje
We waren net bij Eric op bezoek geweest op Neonatologie in het Radboudziekenhuis. Eric was de eerste september geboren in het ziekenhuis in Doetinchem, in de loop van de avond is hij met de ambulance naar Nijmegen gebracht om nog wat aan te sterken. Na twee dagen was zijn moeder mij komen vergezellen in het Ronald McDonaldhuis. We liepen de korte route door de achtertuin. Ik keek naar mijn toenmalige verloofde, en dat was maar goed ook want ik kon haar nog maar net opvangen. Anyway, spoedopname, met ambulance naar eerste hulp en….aids! Eric aids, verloofde aids en van mij wilden ze bloed zien. De zwaarste dagen van mijn leven volgden, zou ik het ook hebben? Het zwaard van Damascus hing boven mijn hoofd, het hoefde alleen nog maar te zakken. Geen aids, grote opluchting maar ik moest wel McDonald verlaten en nam mijn intrek in een gebouw dat aanvankelijk voor medicijnenstudenten was bedoeld. Eric overleed op zijn 16e dag. Hij heeft nooit kleertjes gedragen, was altijd met 7 draadjes verbonden geweest aan een machine en was te zwak om zelfstandig te leven. Mijn verloofde wilde het kind niet meer zien dus het werd een begrafenisplechtigheid voor twee heren en mijn ouders. Een piepklein kistje met daarop wat rozen droeg ik naar zijn graf. Emotionele boel voor een rocker, niemand had mij hierop voorbereid! Mijn verloofde, die toen al lang geen verloofde meer was, kwam na drie maanden uit het ziekenhuis, uitgemergeld en verslagen. Onze toekomst lag achter ons, dus wij gingen uit elkaar, zij naar Amsterdam-zuidoost en ik kroop terug naar Haarlem. Zes jaar was ik weggeweest, maar nu was het mooi, de kust, mijn vrienden en de westerse mentaliteit, ik had het allemaal zo gemist! Nog ieder jaar sta ik stil bij Erics geboorte- en sterfdag, en eigenlijk gaat er geen week voorbij dat ik niet aan hem denk, Eric, mijn held, Eric mijn engeltje.
vrijdag 9 oktober 2009
Een Perfecte Smokkelschoen
Ik woonde in Doetinchem en ik was daar aan het bijkomen van een half jaar studioarbeid. Iedere dag naar de studio in Haarlem. Absurde werktijden want ik kwam vaak thuis als de vogeltjes het weer gingen doen, we hadden grotendeels op drugs geleefd, coke, heroïne, speed en dan vergeet ik nog alle liters drank om die handel weg te spoelen, kortom, een zwaar leven. Ik werd in die tijd nog niet betaald om rocker te zijn, de rekeningen vlogen mij om de oren. Met mijn toenmalige verloofde had ik onenigheid over geld en ik besloot naar London te gaan. Ik wilde proberen, om de nummers die we hadden opgenomen, onder te brengen bij een bevriende uitgever. Op die manier kon iedereen weer aan geld komen. Drugs waren in die tijd nogal prijzig en zeker de coke kostte veel, dan moet je er ook wat voor doen tenslotte! Toen ik wilde vertrekken stond Jimmie ineens voor de deur, hij was alweer enige tijd onze huisdealer, en ook hij kwam vragen om geld. Ik gaf hem mijn Fender Stratocaster in koffer als onderpand, en vertrok naar Grave. Daar woonde een oud collega die mijn reis naar London kon sponsoren. Van Grave naar Schiphol, met onderweg veel gehaktstaven, coke en bier, het was een gezellige boel in de auto. De aankomst op Schiphol was een domper, het vliegtuig vertrok pas in de vroege ochtend. Om de nacht in de vertrekhal door te komen kocht ik wat xtc, in combinatie met de cognac van de see-buy-fly-winkel, zou dat weleens een onverwacht effect kunnen opleveren. Het resultaat viel tegen, de mensen werden groen, geel en blauw, en van de drank moest ik alsmaar waggelend naar de wc maar de coke wist mijn waggelgedrag aardig te corrigeren. Niet genoemd, die coke, maar op een geheime plek, de punt van mijn schoen, meegenomen dwars door de douane. Mooie schoenen trouwens, Joe Jackson had ze ook maar dan in het wit, een perfecte smokkelschoen. Ik heb ook weleens weed vervoerd in mijn schoenen. Rosie, de toenmalige verloofde van mijn schrijfpartner in crime John, rookte de hele dag door weed. Of ze nou aan het stofzuigen was of op de wc zat, overal was ze weed aan het roken, maar dat terzijde. Door het vroege vertrek arriveerde ik op een nogal vreemd tijdstip in London. De ochtend en middag kwam ik door in de pub en toen het avond begon te worden nam ik de taxi naar Belsize Park. John woont in een dure buurt. De happyfew, zoals de broertjes Oasis, voelt zich er thuis, de coke ligt er op de plankjes boven de wastafels, Abbey Road ligt om de hoek, een prima plek om een nachtje door te brengen. Bovenop de Hill, bij Haverstock Arms, verliet ik de taxi, mijn plastic tas met songteksten liet ik achter, en ik ging bij de pub naarbinnen door de vooringang, na een heerlijk glas gekoelde bitter verliet ik de pub door de zij-ingang, ik besloot om mij enige tijd te verstoppen in de heg totdat de cabbie was vertrokken. Na een minuut of tien gaf hij het op en ging ik naar Howittt road, het einde van de reis was in zicht! We hebben nog tot diep in de nacht zitten schuddebuiken, we zaten op de grond, en onder het genot van twee flessen rode wijn, nootjes, en de meegenomen drugs kwamen we de nacht door. De volgende dag ging ik trouwens weer naar huis want de drugs waren op, en Colin de uitgever was niet thuis. Bovendien moest ik ook nog bedenken hoe ik weer thuis kon komen. Het leven van een rocker kent ook zijn dalen, diepe dalen, eerwaarde. Amen!
Abonneren op:
Posts (Atom)